De kranten staan bol van de artikelen over dyslexie en andere etiketten. De politiek is druk met bezuinigen en met de cito. En wetenschappers ‘ontdekken’ dat oude waarheden, misschien toch eigenlijk wel helemaal niet waar zijn. En als ouder sta je daar middenin.
Afgelopen week las ik twee artikelen omtrent de exorbitante stijging van de kosten voor vergoeding van dyslexiebehandelingen door orthopedagogische- en psychologische praktijken.
Ook ik bereid mijn cliënten voor op de Cito-toets. Niet door met hen alle mogelijke oefenvarianten door te nemen, maar door hen te beschermen tegen hun eigen intelligentie.
Een rechtsgeoriënteerde denker heeft namelijk het vermogen om vragen van verschillende kanten te bekijken. Hierdoor loopt hij de kans dat hij de vraag op een verkeerde manier interpreteert. Het gevolg hiervan is dat de vraag niet begrepen wordt of erger dat de vraag op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Diegene die de vraag maakt begrijpt precies wat hij bedoelt, echter dat hoeft voor de beantwoorder niet hetzelfde te zijn.
Vroeger gingen jongens met hun vaders mee, mee op jacht. Op die manier leerden ze hoe je moest jagen. Zij leerden technieken om tot een goede opbrengst te komen.
Het klinkt best leuk ‘Mijn kind is hoogbegaafd’, maar eigenlijk is hoogbegaafdheid net zo lastig als het hebben van een laag IQ. In beide gevallen lopen de kinderen achterstanden op: de één vanuit het onvermogen en de ander vanuit zelfoverschatting en verkeerde leerstrategieën.
In mijn praktijk help ik kinderen met leerproblemen. Deze kinderen laten zichzelf zien door hun duidelijke visuele en kinesthetische (gevoelsmatige) voorkeur van denken.