“Help! Ik sta met mijn rug tegen de muur en met mijn handen in het haar.”

Zo begon een mail die ik onlangs ontving van een moeder. Haar zoon is 9 jaar en zit in groep 5. School is, zoals hij het zelf noemt, een nachtmerrie geworden.

Hij is onzeker en heeft in de loop der jaren faalangst ontwikkeld. Naar school gaan is iedere ochtend een enorme opgave en eenmaal op school kunnen zijn emoties hoog oplopen. Hij wil weg. En als hij wordt tegengehouden, kan hij zelfs gaan schoppen of slaan.

Tegelijkertijd zien zijn ouders iets anders. Hij heeft moeite met de leerstof. Vooral rekenen frustreert hem enorm.

“Ik ben dom.”

“Ik kan niks.”

School denkt aan testen. Er wordt gesproken over de mogelijkheid van schorsing als zijn gedrag zo doorgaat. En zijn ouders? Die willen vooral hun zoon terug. Het kind dat niet iedere dag bang hoeft te zijn voor wat er op school gaat gebeuren.

Dit is een situatie die je als kindercoach zomaar in je praktijk kunt tegenkomen. Een kind wordt bij je aangemeld vanwege faalangst, onzekerheid, boosheid, motivatieproblemen of gedrag. Logisch dat je daarmee aan de slag gaat.

Maar er is één vraag die we niet mogen vergeten:

Wat als de faalangst niet het echte probleem is?

Wat als een kind onzeker wordt doordat het iedere dag opnieuw ervaart dat iets op school niet lukt? En wat als je als kindercoach wel weet hoe je met de faalangst aan de slag kunt, maar niet goed weet wat je moet doen met het stuk daaronder?

Dan kan een opleiding kindercoach leerproblemen een waardevolle verdieping zijn. De Opleiding tot Kernvisiecoach richt zich precies op dat snijvlak. Je leert kijken naar leerproblemen én naar de sociaal-emotionele belemmeringen die daarmee samen kunnen gaan.

Je begeleidt de faalangst, maar wat als die steeds terugkomt?

Veel kindercoaches werken met kinderen die onzeker zijn, bang zijn om fouten te maken of weinig vertrouwen hebben in zichzelf. Juist op dat sociaal-emotionele vlak kun je als kindercoach veel betekenen. Je kunt een kind leren omgaan met spanning, onderzoeken welke gedachten er spelen en werken aan zelfvertrouwen en weerbaarheid.

Maar stel dat het kind na jullie sessie op maandagochtend weer de klas binnenloopt. De rekenles begint en er staat een som op het bord die hij niet begrijpt. Naast hem zijn andere kinderen al begonnen. Hij kijkt naar zijn schrift en zijn hoofd loopt vol.

“Zie je wel. Ik kan het niet.”

Dan kun je op vrijdag een prachtige stap hebben gezet op het gebied van zelfvertrouwen, terwijl het kind op maandag opnieuw een ervaring krijgt die precies het tegenovergestelde bevestigt.

Dat betekent niet dat de coaching niet werkt. Het betekent dat we verder moeten kijken. Misschien is de faalangst niet alleen een losstaand emotioneel probleem. Misschien speelt het leren óók een rol.

Waarom kunnen leerproblemen en faalangst met elkaar verweven raken?

Stel je een trap voor. Een kind begint onderaan en leert steeds iets nieuws. Iedere trede vormt de basis voor de volgende.

Maar wat gebeurt er als een aantal van die treden ontbreken?

De klas gaat door en er wordt nieuwe leerstof aangeboden, terwijl eerdere leerstof nog niet stevig genoeg is geland. Het kind probeert de volgende trede te bereiken, maar dat kost steeds meer moeite. Op een gegeven moment kan het gaan denken dat het aan hem ligt.

“Iedereen kan dit behalve ik.”

“Ik ben slecht in rekenen.”

“Ik ben dom.”

En uiteindelijk misschien:

“Ik wil niet meer naar school.”

Daarom is het belangrijk om bij faalangst niet alleen te vragen: hoe kunnen we dit kind meer zelfvertrouwen geven? Vraag ook: waar verliest dit kind zijn vertrouwen?

Dat verschil lijkt klein, maar kan je als kindercoach naar een heel ander vertrekpunt brengen.

Wat kun je als kindercoach doen bij leerproblemen?

Je hoeft als kindercoach niet ineens diagnoses te gaan stellen of op de stoel van de leerkracht te gaan zitten. Het begint bij leren kijken naar het geheel.

Wanneer ontstaan de emoties? Gebeurt dat overal of vooral rondom school? Zijn er bepaalde vakken waarbij de spanning toeneemt? Wat zegt het kind zelf? Wat vertellen de ouders? En blijft de onzekerheid misschien bestaan doordat het kind iedere dag opnieuw ervaart dat leren niet lukt?

Signalen die aanleiding kunnen geven om verder te kijken zijn bijvoorbeeld:

  • regelmatig zeggen: “Ik ben dom” of “Ik kan dit toch niet”
  • faalangst die vooral rondom schoolwerk zichtbaar wordt
  • buikpijn of spanning voordat het kind naar school moet
  • boosheid of verdriet bij rekenen, spelling of lezen
  • schooltaken vermijden of niet willen beginnen
  • thuis iets lijken te begrijpen, maar het op school niet kunnen laten zien
  • steeds minder motivatie krijgen om te leren
  • sterke emotionele reacties wanneer iets niet lukt

Eén zo’n signaal betekent natuurlijk niet direct dat er sprake is van een leerprobleem. Een checklist is geen diagnose. Maar het kan wel een reden zijn om niet uitsluitend naar het sociaal-emotionele stuk te kijken.

Wanneer is alleen werken aan zelfvertrouwen niet genoeg?

Zelfvertrouwen groeit niet alleen doordat een kind leert anders over zichzelf te denken. Het moet ook kunnen ervaren dat iets lukt.

Wanneer een kind iedere dag opnieuw vastloopt met rekenen, spelling of lezen, krijgt de gedachte “ik kan het niet” steeds nieuw bewijs. Dan kan sociaal-emotionele begeleiding heel waardevol zijn, maar blijft een belangrijke bron van de onzekerheid bestaan.

Daarom wil je als kindercoach kunnen herkennen wanneer leren onderdeel is van de hulpvraag. Niet om alles zelf op te lossen, maar om te weten wanneer je verder moet kijken.

Opleiding tot Kernvisiecoach: als je verder wilt kunnen kijken dan faalangst

Misschien begeleid je nu al kinderen met faalangst, onzekerheid, motivatieproblemen of weerbaarheid. Je weet hoe je een gesprek voert en hoe je achter gedrag kunt kijken. Maar zodra ouders vertellen dat hun kind ook vastloopt met rekenen, spelling of lezen, ontstaat soms twijfel.

“Daar weet ik niet genoeg van. Is dat niet iets voor school?”

Natuurlijk heeft school een belangrijke rol. Maar kennis over leren kan jou als kindercoach helpen om het hele plaatje beter te begrijpen.

De Opleiding tot Kernvisiecoach kun je daarom zien als een opleiding voor kindercoaches die zich willen verdiepen in leerproblemen en de sociaal-emotionele gevolgen daarvan. Je leert verbanden herkennen tussen leren, gedrag, faalangst, motivatie en zelfvertrouwen.

Dat betekent dat je andere vragen kunt gaan stellen. Niet alleen: “Wanneer ben je bang om fouten te maken?” Maar bijvoorbeeld ook: “Wanneer merk je dat het moeilijk wordt?” en “Wat gebeurt er als je iets niet meteen weet?”

Je krijgt als het ware een extra bril om naar het kind te kijken.

Moet je als kindercoach dan ook leerkracht worden?

Nee. En dat is een belangrijk misverstand om weg te nemen.

We gaan geen ingewikkelde dingen doen om het ingewikkeld te maken. We gaan aan de slag met de basis die een kind op de basisschool nodig heeft. Wat moet stevig staan om verder te kunnen? Waar zitten mogelijk gaten? En hoe kun je die basis zo aanbieden dat een kind ermee verder kan?

Misschien denk je:

“Maar ik heb helemaal geen onderwijsachtergrond. Kan ik dat dan wel leren?”

Mijn antwoord is eenvoudig: als jij het straks aan een kind op de basisschool moet kunnen uitleggen, dan moeten wij het jou in de opleiding ook zo kunnen uitleggen dat jij het begrijpt.

Je hoeft geen wandelende rekenmethode te worden en je hoeft geen ingewikkelde onderwijstermen uit je hoofd te leren. Je hebt wel voldoende kennis nodig om te herkennen waar een kind vastloopt en om met de basis aan de slag te kunnen.

Eerst de basis stevig. Dan verder bouwen.

Want op een wiebelend fundament kun je moeilijk een stevig huis neerzetten.

Stappenplan: wat doe je wanneer een kind met faalangst bij je komt?

Je hoeft niet meteen conclusies te trekken. Begin met kijken.

Stap 1: Breng de faalangst in kaart

Wanneer ontstaat de spanning? Is die overal aanwezig of vooral in situaties waarin het kind moet presteren?

Stap 2: Vraag naar school en leren

Welke vakken zijn moeilijk? Wanneer begon dat? Zijn er specifieke momenten waarop het kind blokkeert?

Stap 3: Luister naar de woorden van het kind

“Ik ben dom” vertelt iets anders dan “Ik vind rekenen niet leuk.” Neem zulke uitspraken serieus.

Stap 4: Kijk naar de basis

Ga op onderzoek uit. Is eerdere leerstof voldoende geautomatiseerd? Waar zitten mogelijk hiaten in de basis? Een kind kan moeilijk verder bouwen als belangrijke stukken van die basis ontbreken.

Stap 5: Kijk naar het geheel

Gedrag, zelfvertrouwen, leren, thuis en school beïnvloeden elkaar. Een kind bestaat niet uit losse vakjes.

Stap 6: Ken je professionele grenzen

Meer weten over leerproblemen betekent niet dat jij voortaan alles zelf moet oplossen. Samenwerken met ouders, school en andere professionals blijft belangrijk.

Veelgestelde vragen over een opleiding kindercoach leerproblemen

Kan ik leerproblemen begeleiden als ik geen leerkracht ben?

Je hoeft geen leerkracht te zijn om je als kindercoach verder te verdiepen in leren. Wel moet je weten wat je doet, waar jouw deskundigheid ophoudt en wanneer andere expertise nodig is.

Binnen de Opleiding tot Kernvisiecoach ligt de nadruk daarom niet op ingewikkelde onderwijsdidactiek, maar op begrijpen wat een kind in de basis nodig heeft en hoe je daarmee praktisch aan de slag kunt.

Wat hebben faalangst en leerproblemen met elkaar te maken?

Dat verschilt per kind. Een kind dat herhaaldelijk ervaart dat schoolwerk niet lukt, kan echter steeds minder vertrouwen krijgen in zijn eigen kunnen. Een volgende rekenles is dan niet zomaar een rekenles. Het kan ook het volgende moment worden waarop het kind verwacht opnieuw te falen.

Daarom is het zinvol om bij faalangst rondom school ook te onderzoeken hoe het leren verloopt.

Is een opleiding kindercoach leerproblemen geschikt als ik al kindercoach ben?

Juist dan kan verdieping interessant zijn. Zeker wanneer je regelmatig kinderen begeleidt bij faalangst, onzekerheid, motivatie of gedrag en merkt dat problemen rondom school en leren steeds terugkomen.

Je vervangt daarmee niet wat je al kunt. Je voegt iets toe.

Je kunt het sociaal-emotionele stuk blijven begeleiden, maar hebt meer kennis om te herkennen wanneer het leerproces daarin meespeelt.

Moet ik ingewikkelde rekendidactiek en taaltheorie leren?

Nee. Het doel van de Opleiding tot Kernvisiecoach is niet om van jou een leerkracht te maken. We gaan terug naar de basis die een kind nodig heeft.

En nogmaals: als jij iets uiteindelijk aan een basisschoolkind moet kunnen uitleggen, moeten wij ervoor zorgen dat jij het eerst zelf op een begrijpelijke manier leert.

Waarom zou ik me als kindercoach verdiepen in leren?

Omdat de hulpvraag waarmee een kind binnenkomt niet altijd het hele verhaal vertelt.

Een ouder kan bellen vanwege faalangst. Een kind kan worden aangemeld omdat het onzeker is. Boosheid kan thuis en op school het grootste probleem lijken.

Maar daaronder kan een kind zitten dat al heel lang ervaart dat leren niet lukt zoals het van hem wordt gevraagd.

En dát wil je kunnen herkennen.

Kijk niet alleen naar wat een kind laat zien

Ik denk nog even terug aan die jongen van 9. Een kind dat school een nachtmerrie noemt, zichzelf dom vindt en zo overspoeld kan raken dat zijn gedrag escaleert.

We kunnen alleen naar dat gedrag kijken. We kunnen ook een andere vraag stellen:

Wat probeert dit gedrag ons te vertellen?

Misschien is dat wel een van de belangrijkste vaardigheden die je als kindercoach kunt ontwikkelen. Niet direct invullen of een etiket plakken, maar kijken, luisteren en verder durven zoeken wanneer je voelt dat er meer speelt.

Soms komt een kind bij je vanwege faalangst, terwijl een belangrijk deel van de oplossing begint bij leren. En soms komt een kind bij je omdat het niet meer gelooft dat het iets kan, terwijl het vooral opnieuw moet gaan ervaren dat het wél kan.

Ben jij kindercoach en herken je dat je bij sommige kinderen tegen de grens van je huidige kennis aanloopt? Dan kan de Opleiding tot Kernvisiecoach een volgende stap zijn. Het is een opleiding voor kindercoaches en andere professionals die zich willen verdiepen in leerproblemen én de sociaal-emotionele belemmeringen die daarmee samen kunnen gaan.

Niet om leerkracht te worden.

Wel om beter te begrijpen wat je ziet. Om verder te kunnen kijken dan de faalangst alleen. En om een kind te helpen de ontbrekende treden weer op te bouwen, zodat het uiteindelijk zelf kan ervaren:

“Hé, wacht eens even. Ik kan dit wél.”