Spelling, een kwelling?

Spelling een kwelling?

| Irene Westeneng, (kinder)coach en onderwijsprofessional

Goede spelling lijkt steeds meer een kwelling te zijn geworden. Het aantal dyslexieonderzoeken lijkt de pan uit te rijzen. Ook de spelfouten die ik in kranten, tijdschriften en e-mails tegenkom, zijn niet op één hand te tellen.

Hoe komt dat? Zijn wij tegenwoordig minder bedeeld met het spelling-gen? Of steekt hier iets anders achter?

Wie weet kunnen de vele spellingmethodes mij een handje helpen. Een rondje langs de verschillende basisscholen die ik begeleid, levert meteen een heel arsenaal aan methodes op. Allemaal met hun eigen aanpak, regels en categorieën.

Maar help mij eens: wat zie ik hier?

Het woord gieter is volgens de ene methode een regelwoord en gitaar een weetwoord. Dat begrijp ik niet. Even denken. Als dit werkelijk zo is, zouden álle woorden waarin je de ie hoort, met ie geschreven moeten worden. Dan moet ik mijn naam voortaan toch anders schrijven: Ierene.

Maar wacht eens. Dit is een uitzondering, lees ik verderop in de methode. Juist ja. Maar wanneer is iets dan een regel en wanneer is het een uitzondering? Ik begin het verwarrend te vinden.

En het woord gitaar dan? Volgens een andere methode is dat toch écht een regelwoord. Daarbij hoort de regel: Hoor je een lange klank aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je één klinker en één medeklinker.

Wat nu? Duizelt het jou al? Mij wel.

Spellingmethodes blijken heel verschillend te spreken én te denken over het spellen van woorden. De ene methode spreekt bijvoorbeeld over de stomme e. Een andere methode noemt dit een e die klinkt als een u.

Is een woord met zo’n e dan een regelwoord of een weetwoord? Of doet dat er niet toe?

De diversiteit aan regels en uitwerkingen verbaast mij. Als regels werkelijk regels zijn, zouden ze in alle methodes toch hetzelfde moeten zijn? Dat is nu juist wat een regel kenmerkt.

Neem de regel: Rood is stoppen en groen is doorrijden. We weten allemaal wat die betekent. Hij is niet vatbaar voor een andere uitleg. Dat maakt regels zo fijn: ze zijn te begrijpen.

En dat is nu juist waar het bij de verschillende spellingmethodes en spellingregels aan schort. Ze kloppen helaas niet altijd en zijn, in ieder geval voor mij, lang niet altijd te begrijpen. Er zijn zo veel uitzonderingen op die regels. Zucht…

Is dat misschien wat er achter de spellingproblemen steekt?

Neem ook de methodes waarin kinderen boven élk woord de gebruikte categorie moeten schrijven. Dan is de woordpuzzel compleet. Ik heb altijd gedacht dat spelling een communicatiemiddel was en geen codetaal.

Heb jij ooit een brief ontvangen waarin boven ieder woord de bijbehorende categorie stond? De ouderen onder ons hebben deze codetaal niet geleerd en kunnen vaak toch zéér goed spellen. Ik denk zelfs dat zij beter kunnen spellen. Of trap ik nu iemand tegen het zere been?

De verschillende rijmpjes, gedichten, opzoekboekjes, categorieën en karikaturen maken de wirwar voor mij compleet. Maar al te vaak hoor ik kinderen een regel foutloos opdreunen, terwijl ze geen flauw idee hebben hoe ze die moeten toepassen.

Allemaal heel goed bedoeld natuurlijk. De methodemakers doen het voor het kind. Toch denk ik dat zij met deze overdaad aan informatie de plank misslaan.

Ik geloof zeker dat een groep kinderen baat heeft bij deze aanpak. Ik vermoed alleen dat die groep klein is. Kinderen zijn tegenwoordig visueler ingesteld dan ooit. Ze leren door te zien, te horen, te oefenen en te doen. Daarbij laat onderzoek zien dat wij niet leren spellen door uitsluitend spellingregels te onthouden, maar vooral door woordbeelden op te slaan.

Een van de methodemakers heeft hier waarschijnlijk op proberen in te spelen door bij iedere categorie een beeldende karikatuur te bedenken. Zo wordt geprobeerd aan te sluiten bij kinderen die visueel leren.

Maar ook daarmee wordt voor een deel van deze kinderen de plank misgeslagen. Zij hebben vaak meer dan voldoende aan het woordbeeld zelf. De rest leidt alleen maar af.

Heel eerlijk gezegd zie ik soms door de vele regels en uitleg het bos niet meer. Laat staan dat een kind het allemaal begrijpt. Zeker wanneer een kind tijdens de schoolloopbaan met verschillende spellingmethodes te maken krijgt, kan er nog meer ruis op de spellingweg ontstaan.

Zijn alle methodes dan zinloos en nutteloos? Geenszins. We moeten alleen de illusie loslaten dat het kennen én beheersen van alle regels er automatisch voor zorgt dat iemand woorden goed spelt.

Denk jij tijdens het schrijven van een e-mail bewust aan de spellingregels? Ik niet. Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik geen enkele keer bewust aan een regel gedacht. Ik typte gewoon.

Soms twijfelde ik over een woord. Dan keek ik ernaar, typte ik het anders en voelde het ineens wel goed. Gek eigenlijk.

Juist ja, ik hoor je denken: en de werkwoordspelling dan? Daar heb je helemaal gelijk in. Bij werkwoordspelling moeten we regels gebruiken. Daar mag én moet dat.

Veel andere woorden kunnen we in principe als weetwoorden beschouwen. Natuurlijk kunnen we overeenkomsten tussen woorden gebruiken. Kinderen zijn vaak heel goed in het herkennen daarvan. Een regel kan soms helpen, maar biedt geen garantie.

In mijn zoektocht ben ik tot de conclusie gekomen dat wij niet minder bedeeld zijn met het spellinggen. Het spellingonderwijs is naar mijn mening voor een grote groep kinderen simpelweg te complex geworden.

Maar wat dan wel? Hoe leren we kinderen weer goed spellen?

Goed spellen is naar mijn mening een must. Mijn advies is: houd het simpel. Zeer simpel.

Laten we allereerst teruggaan naar het doel van goed spellen:

Spelling is een communicatiemiddel. We spellen voor het leven, niet alleen voor de spellingles.

Leer kinderen daarom meteen het juiste woord te schrijven. Geef zelf het goede voorbeeld. Laat kinderen niet eerst kipen schrijven omdat zij de betreffende categorie nog niet hebben gehad, om hun vervolgens aan het einde van groep 4 te leren dat het kippen moet zijn. Hoe moeilijk is het om een eenmaal aangeleerde, verkeerde handeling weer uit je hoofd te krijgen?

Leer kinderen ook dat spelling altijd meetelt. Niet alleen tijdens de spellingles, maar ook bij aardrijkskunde, geschiedenis en het schrijven van teksten. Later kunnen zij op hun werk immers ook niet zeggen: “Nu telt de spelling even niet mee.”

Besteed veel aandacht aan spelling. Dat kan geïntegreerd, gedurende de hele dag. Laat kinderen geen verkeerde woordbeelden zien. Schrap daarom opdrachten als: Zoek het goed of fout geschreven woord.

En tot slot: leer kinderen zéér kritisch te kijken naar hun spelling en naar al het werk dat zij maken. Ik garandeer je dat zij betere spellers worden en meer zelfvertrouwen krijgen. Ook kinderen met dyslexie. Ja echt, ook zij!

Spellen doe je namelijk voor het leven. Geef kinderen die voorsprong.

Durf jij kritisch naar jouw methode te kijken? Iedere methode bevat zeker goede oefeningen. Maar welke oefeningen zijn werkelijk waardevol en welke niet?

Jij bent de professional. Een goede leerkracht doet ertoe. Het kind heeft je nodig.

P.S. Zal ik je het geheim vertellen van de verschillende spellingregels in de verschillende spellingmethodes? De auteurs bedenken ze.

Over de schrijver

Gastauteurs

Op Leertalent delen professionals en ervaringsdeskundigen hun kennis, ervaringen en visie op leren en ontwikkelen.

Onze gastauteurs schrijven vanuit hun eigen vakgebied of persoonlijke betrokkenheid. Daardoor bieden hun artikelen aanvullende perspectieven op leerproblemen, onderwijs, begeleiding en kinderen die anders leren.