Ik lees net een artikel in het maandblad ‘Groter Groeien’ editie nummer 9-2011, over beelddenken. Hierin wordt, Agnes Oosterveen van ‘Ik leer anders’ geciteerd. Een paar dingen moeten mij even van het hart.

Agnes vertelt in het verhaal in ‘groter groeien’ heel veel leuke dingen, maar het begrip beelddenken is te eng geformuleerd. Ook de wetenschappelijke wereld rondom dyslexie en andere leerproblemen, zet vraagtekens bij het feit dat mensen uitsluitend in beelden zouden denken. Ieder mens denkt op 4 verschillende wijzen: visueel (beelden), auditief( op het gehoor, kinesthetisch (met het gevoel) en digitaal (met het verstand) . Al deze denksystemen gebruiken wij ook, echter wij hebben voorkeuren in het gebruik van deze systemen.

De kinderen waar wij over spreken zijn kinderen, die een voorkeur hebben om visueel/kinesthetisch te denken. Dus in beelden en met hun gevoel. Juist deze combinatie zorgt voor de andere leerstijl van deze kinderen. Dit noemen wij een rechtsgeoriënteerde leerstijl. Wanneer wij onze hersenen grofweg indelen dan spreken wij van een linker- en een rechterhersenhelft. Links zit grofweg onze ratio, zoals tekenherkenning als woorden, cijfers, letters, getallen, maar ook de analyse, volgordes, logica en details. De rechterhersenhelft verzorgt emotie, ritme, ruimtelijk inzicht, overzicht, verbeelding, dagdromen, kleurherkenning, muziek en gevoel.

De leerproblematiek ontstaat doordat het onderwijs de informatie aanreikt voor de linkerhersenhelft, terwijl deze categorie kinderen een voorkeur hebben om met hun rechterhersenhelft te werken. Dit sluit dus niet aan. Dit is niet het onvermogen van het kind, maar het onvermogen van het onderwijs om hiermee rekening te houden.

Empirisch onderzoek wijst uit dat 35% van de mensen een voorkeur heeft om visueel te denken met als tweede systeem het gevoelssysteem. Zo’n 25% van de mensen heeft als voorkeur om gevoelsmatig te denken met als tweede systeem het visuele systeem. Dit betekent dat zo’n 60 % van de mensen, niet aansluit op het huidige onderwijssysteem.

Door het slimme karakter van deze mensen, is het overgrote deel in staat om het op school goed te doen. Maar vanzelf gaat het niet. Zo’n 15 %, dit is zo’n 5 tot 10 % van de totale populatie, van deze groep ontmoet leerproblemen en zou de informatie op een andere wijze aangeboden moeten krijgen. Nu zetten wij ze neer als probleemgevallen: dyslexie, add,en adhd.

50 jaar geleden waren linkshandigen de probleemgevallen. Dat was een afwijking. Wij bonden deze mensen de linkerarm op de rug om hen te stimuleren rechts te gaan gebruiken. Tegenwoordig is het links zijn geaccepteerd en maken wij aanpassingen in het aanbod voor de linkshandige. Nu staan wij voor de uitdaging om de rechtsgeoriënteerde leerlingen op hun manier te laten leren. Dit betekent dat het linksgeoriënteerde onderwijs de leerstof zodanig moet gaan aanbieden, dat kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl deze eenvoudig kunnen verwerken.

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.


Klik op de voorbeeldknop om jouw bijdrage te controleren op fouten, daarna kan je de code uit de afbeelding (deze verschijnt automatisch) invoeren en op de verzendknop klikken.