Eigenlijk schrok ik er wel een beetje van. Met de beste intenties wordt in de jeugdhulpverlening hulp aangeboden, maar de effectiviteit laat te vaak te wensen over. Dat is toch verdrietig? Een kind zit niet goed in z’n vel, is ongelukkig of erger. Wij – volwassenen met verstand van zaken – gaan ermee aan de slag en toch is het vaak maar een doekje voor het bloeden.

Misschien wel de grootste valkuil in een hulptraject is het idee dat de professional de oplossing heeft en het probleem zal wegnemen. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid bij de professional gelegd.

Het is van essentieel belang dat alle partijen – professional én ouders én kind – het belang van het proces inzien en er uitvoering aan geven. Dit is voor mij reden om bij de start van ieder traject om commitment te vragen.

Commitment heeft te maken met eigenaarschap en wie is eigenlijk eigenaar van het probleem? De professional? Of de hulpvrager? En is de hulpvrager bereid om in actie te komen om het probleem op te lossen?

Ik vraag daarom altijd letterlijk aan de cliënt: “Ik wil en kan je goed helpen, maar ik heb jou er voor nodig. Ben jij bereid om dagelijks dat kwartiertje te oefenen?”

En ook de ouders vraag ik expliciet om hun betrokkenheid “Vader/moeder zijn jullie bereid om hem/haar daarbij te helpen en te ondersteunen?”

De boodschap voor de cliënt wordt daarmee uiteindelijk: “Als wij deze driehoek kunnen maken dan gaat het ook lukken en wordt voor jou het leren een stuk makkelijker, maar als een van ons drieën het niet meer doet dan mislukt het hele traject.”

Gelukkig ontdekken vrijwel alle kinderen al na de eerste sessie dat het resultaten oplevert en dát helpt weer bij de motivatie om dagelijks dat kwartiertje te pakken.

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.


Klik op de voorbeeldknop om jouw bijdrage te controleren op fouten, daarna kan je de code uit de afbeelding (deze verschijnt automatisch) invoeren en op de verzendknop klikken.